Anthony v Leeuwenhoek Microscoop_

Museum Boerhaave identifies ‘new’ Leeuwenhoek microscope

The Netherlands is one Leeuwenhoek microscope richer. Studies at Museum Boerhaave have revealed that an tiny seventeenth-century object from a collection of Dutch silver doll’s house accessories – until now always viewed as an oddity – is in reality an authentic microscope of the type produced by Delft-based cloth trader Antoni van Leeuwenhoek, in the Dutch golden age. Examples of these instruments are extremely rare, and in terms of interest and importance are comparable to a Vermeer painting. The latest example was acquired by collector Bert Degenaar for his Planetarium Zuylenburgh collection in Oud-Zuilen. The microscope will be temporarily displayed at Museum Boerhaave, from June 3.

Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) was leading pioneer of microbiology, during the Dutch golden age. With his home-made instruments fitted with a single tiny lens, making them difficult to adjust, he discovered sperm cells, blood corpuscles and ‘animalcules’ or bacteria. His systematic and extensive series of observations led to his reputation as the founding father of microbiology. Microscopes produced by Van Leeuwenhoek achieved magnifications of up to 270 times; considerably more than the composite microscopes (consisting of multiple lenses) available at the time. This gave him a clear lead over other researchers. Antoni van Leeuwenhoek was trained as a land surveyor and gauger of wine casks, but received no academic training; nonetheless, he published his ground-breaking observations in the leading scientific journal of the period, the Philosophical Transactions of the English Royal Society.

The recently identified Leeuwenhoek microscope raises the number of examples preserved worldwide to ten or eleven (there is still some doubt as concerns the authenticity of the example in Antwerp). Museum Boerhaave has two in silver and two in copper. To determine whether the new silver instrument truly is an original Leeuwenhoek, Museum Boerhaave compared this example with five Leeuwenhoek instruments of irreproachable provenance, in its own restoration workshop. The five examples were taken from the museum’s own Leiden collection, plus one from the Utrecht University Museum. The outcome of the optical examination and technical material inspection was that the new silver instrument is undoubtedly authentic, offering a magnification of 248 times. The only more powerful Leeuwenhoek microscope is that from the Utrecht collection.

The new Leeuwenhoek microscope will be officially revealed to the public on Tuesday June 2 at Museum Boerhaave, where it will remain on display for the next six months. After that period it will be exhibited in Utrecht, Oxford and University of California Berkeley Golub Collection. The unveiling in Leiden by Bert Degenaar, due to take place at 4 p.m., will be preceded by a public lecture by Dr. Huib Zuidervaart, a science historian affiliated to the Huygens Institute, in The Hague. Tiemen Cocquyt, who as curator at Museum Boerhaave was closely involved in the study to prove the authenticity of the silver Leeuwenhoek microscope, will then explain the research conducted by Museum Boerhaave.

Museum Boerhaave is the Dutch National Museum for the History of Science and Medicine. The aim of the museum is to promote interest in science in the Netherlands by attracting a wide public to visit its unique collection that tells the story of five centuries of innovation in the Netherlands. Museum Boerhaave constantly seeks to link its activities to current developments.

The collection of the Planetarium Zuylenburgh in Oud-Zuilen is one of the most remarkable private collections in the Netherlands. The focus of the collection (comprising more than one thousand antique objects from the 17th and 18th century) is on clocks, telescopes, microscopes and other old instruments for astronomy and land surveying.

Meteorenzwerm van de Orioniden bereikt komende dagen maximum

De komende dagen bereikt de zwerm van de Orioniden zijn maximum. De zwerm zal waarschijnlijk goed te zien zijn. De Orioniden zijn ontstaan in de komeet Halley die elke 76 jaar in de buurt van de zon en de aarde komt. In 2061 keert de komeet terug.

Boven Nederland was afgelopen weekend een vuurbol te zien. De Werkgroep Meteoren zegt dat het een goed zichtbare heldere bol was. De werkgroep kreeg binnen een uur meer dan 20 meldingen van mensen die de vuurbol hebben waargenomen. Het was de vijfde vuurbol die dit jaar is gezien boven Nederland. Vuurbollen zijn meteoren die een stuk helderder zijn dan normaal. Ze worden meestal gezien tijdens een meteorenzwerm.

De zwerm van de Orioniden bereikt woensdag 22 oktober rond 09.00 uur zijn maximum. Onder ideale omstandigheden zijn er zo’n 23 meteoren per uur te verwachten. In totaal zijn er, door meteoren van andere zwermen, ongeveer 33 meteoren per uur zichtbaar.

De zwerm van de Orioniden bereikt woensdag 22 oktober rond 09.00 uur zijn maximum. Onder ideale omstandigheden zijn er zo’n 23 meteoren per uur te verwachten. In totaal zijn er, door meteoren van andere zwermen, ongeveer 33 meteoren per uur zichtbaar.

Er is geen speciale apparatuur nodig om meteoren waar te kunnen nemen. Wanneer het helder is, volstaat het blote oog. Een ligstoel en voldoende kleding zorgen voor extra comfort.

De Orioniden vormen één van de rijkere meteorenzwermen aan onze hemel. In 1993 werd plotseling verhoogde activiteit van de Orioniden waargenomen. Dit duidt erop dat er lokale opeenhopingen zitten in de stroom van meteoroïden die rond de zon beweegt.

Meteoren worden in de volksmond ook wel vallende sterren genoemd. In werkelijkheid gaat het niet om sterren die vallen, maar om minuscule stukjes steen en gruis die onder hoge snelheden de aardatmosfeer binnenkomen en op ongeveer 100 kilometer hoogte verdampen.

Meer informatie over de meteorenzwerm vind je hier.

Koninklijk Eise Eisinga Planetarium te Franeker ontvangt Orrery van Planetarium Zuylenburgh te Oud Zuilen

Het Eise Eisinga Planetarium in Franeker heeft uit de collectie van Planetarium Zuylenburgh een prachtige hedendaagse versie gekregen van het Orrery van James Ferguson (1710 – 1776).
Deze planetariuminstrumenten werden gemaakt om educatieve redenen. De bewegingen van zon, aarde en maan kunnen met een dergelijk instrument eenvoudig duidelijk worden gemaakt. Ook zaken als het ontstaan van de seizoenen, schijngestalten van de maan en zelfs zons- en maansverduisteringen zijn helder uit te leggen. Als een soort extra mogelijkheid biedt dit instrument de mogelijkheid om de Paasdatum te bepalen. Deze datum is gerelateerd aan de schijngestalten van de maan.

Het tafelinstrument is gemaakt door Piet Jan de Ruiter, de klokkenmaker die ook verantwoordelijk was voor de constructie van Planetarium Zuylenburgh in Oud Zuilen, een planetarium geïnspireerd op het beroemde Eise Eisinga Planetarium.

Het Planetarium van Ferguson is een mooie en nuttige aanvulling op de uitleg, die bezoekers aan het Eise Eisinga Planetarium ontvangen. Het instrument geeft de mogelijkheid om de bewegingen van de hemellichamen versneld te tonen, waardoor deze soms ingewikkelde banen eenvoudig verklaard kunnen worden. Het heeft een mooie plek gekregen in de Planetariumkamer.

De schenking is het resultaat van de plezierige samenwerking met Bert Degenaar van het Planetarium Zuylenburgh en het Adrie Warmenhoven van hetEise Eisinga Planetarium, twee instellingen die zich beide richten op de popularisatie van de sterrenkunde.

Fotobijschrift: Bert Degenaar (links), Planetarium Zuylenburgh en Adrie Warmenhoven bij het planetariuminstrument.

De initiatiefnemer in “Residence Art”

Image

BERT DEGENAAR (56) had lange tijd een kunsthandel in het Amsterdamse Spiegelkwartier. Hij is eigenaar van het Planetarium Zuylenburgh, gevestigd in de gelijknamige buitenplaats. Dit Rijksmonument uit 1651 in Oud-Zuilen, nabij Utrecht, was ooit eigendom van de familie van Tuyll van Serooskerken. Ook bezit Degenaar het naastgelegen Logement Swaenenvecht, de voormalige pastorie, waarvan het oudste deel dateert uit vroeg 17e eeuw.

Jupiter’s storm krimpt steeds sneller

BALTIMORE –  Midden op de planeet Jupiter zit al eeuwenlang een gigantische rode vlek, een enorme storm, en die vlek wordt steeds kleiner. De doorsnee is nu nog maar 16.500 kilometer, kleiner dan ooit eerder gemeten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, dat de ruimtetelescoop Hubble naar Jupiter heeft laten kijken. De oorzaak van de krimp is niet bekend.

De Grote Rode Vlek is een storm, die vanaf de aarde te zien is met telescopen. De wind haalt er snelheden tot 680 kilometer per uur. Het is niet bekend hoe lang de storm al raast. In de 17e eeuw zagen astronomen de vlek mogelijk al. Een paar jaar geleden slokte de storm een kleinere storm op.

Eind 19e eeuw was de vlek nog ongeveer 41.000 kilometer in doorsnee. Dat betekent dat de aarde er drie keer in zou passen. Rond 1980 was de doorsnee nog maar 23.335 kilometer. De storm bleek in 2009 verder gekrompen, tot bijna 18.000 kilometer, en is nu dus 16.500 kilometer.

Tussen 1996 en 2006 werd de vlek dagelijks een kilometer kleiner. Nu is dat al drie keer zo veel. Als dat continu door zou gaan, is het kenmerk van Jupiter over enkele decennia weg. Wetenschappers durven echter niet te zeggen of het echt zo ver kan komen.

Bron: http://www.telegraaf.nl